Luc Aben speurt naar economische bewijslast

China publiceert deze week enkele belangrijke macro-economische cijfers. Wij zijn daarbij op zoek naar meer bewijs dat de massale monetaire en fiscale stimulering door de Chinese overheid en centrale bank aanslaat in de economie. Woensdag krijgen we het groeicijfer voor de economie over het afgelopen kwartaal en cijfers over de industriële productie en detailhandelsverkopen in maart.

De eerste signalen dat de maatregelen om de Chinese economie te stimuleren effect hebben, zagen we al bij de PMI-cijfers over maart. Die lieten een toegenomen vertrouwen bij Chinese inkoopmanagers zien. Vorige week waren de Chinese export en kredietverlening al opvallend sterk. Een verdere opmars van de Chinese economie kan de beleggingscasus voor aandelen in opkomende markten voeden. Veel opkomende landen zijn immers voor hun economie sterk afhankelijk van China.

Pakket aan maatregelen

Chinese beleidsmakers hebben sinds medio 2018 maatregelen genomen om vertraging van de economische groei te counteren. Die liepen van de traditionele investeringen in infrastructuur tot belastingverlagingen en het opkrikken van de kredietgroei. De aanpak was minder drastisch en massaal dan bij die vorige grote stimuleringsronde in 2015-2016. Maar toch lijkt het erop dat de eerste effecten binnendruppelen. Hopelijk worden de prille signalen de komende tijd sterker.

Wij denken dat China het stimulerende beleid nog wel een tijdje voortzet. Bijvoorbeeld het aanzwengelen van de kredietgroei. Het stimulerende effect hiervan is niet te onderschatten. Eén procent bijkomende schuldfinanciering levert een injectie van 2,4% in de economie op. In totaal loopt de Chinese schuld op tot 240% van het bruto binnenlands product (BBP). Natuurlijk is er de vraag over de houdbaarheid van de Chinese staatsschuld op langere termijn. Maar zolang Chinezen noeste spaarders blijven en hierdoor de rente laag houden, is er geen acuut probleem.

Chinese groeicijfers met korreltje zout

In de eurozone of de Verenigde Staten gaat het bij de publicatie van economische groeicijfers direct na een maand of kwartaal steevast over een eerste inschatting. Later volgt het definitieve cijfer. In China is dit niet het geval. Het land is er altijd snel bij om economische cijfers te publiceren en herziet deze nooit. Dat geeft wel vraagtekens bij de betrouwbaarheid ervan.

Het nieuwe cijfer voor de economische groei van China zal ook dit keer weer de doelstelling halen: iets méér dan 6% groei tegenover dezelfde periode vorig jaar. Schattingen van het échte groeicijfer voor de Chinese economie, op basis van beter te controleren data, zoals de elektriciteitsproductie, suggereren echter dat 4,5% dichter aansluit bij de realiteit. Dat is méér dan 1,5 procentpunt lager dan het officiële cijfer.

Bodemt de Europese industrie uit?

Wij kijken deze week ook uit naar de nieuwe Markit PMI’s over april voor de Verenigde Staten en de eurozone. Voor de eurozone is er meer dan gemiddelde aandacht voor het economisch sentiment onder Duitse inkoopmanagers. De Duitse, op export gerichte industrie liep de afgelopen maanden flinke klappen op waarbij de orderinstroom stevig afkalfde. Dat is in belangrijke mate te verklaren door de groeivertraging van de Chinese economie.

Wij verwachten nog geen spectaculair herstel van het Duitse en Europese ondernemersvertrouwen. Traditioneel duurt het drie tot zes maanden voordat betere Chinese economische cijfers doorsijpelen naar de eurozone. We zouden al tevreden zijn met een lichte stijging van de PMI-scores. Ook financiële markten lijken er zo over te denken. De aandelenmarkten rekenen op een economisch herstel in de eurozone in de tweede jaarhelft. Die gedachtegang moet wel levend blijven voor de aandelenbeleggers. Anders zullen de winstprognoses van Europese bedrijven te hoog zijn.

Lage verwachtingen voor kwartaalresultaten

Aandelenbeurzen zullen naast het economische nieuws de komende weken ook aandacht hebben voor de eerstekwartaalcijfers van ondernemingen. Gegeven het zwakke economische momentum van de afgelopen maanden hoeven we daar niet veel van te verwachten. Analisten voorzien dat de winst van de gemiddelde onderneming uit de Amerikaanse S&P500 index de eerste drie maanden van dit jaar zelfs met 2% is gedaald ten opzichte van dezelfde periode in 2018.

Analisten hebben hun verwachtingen voor de eerstekwartaalcijfers de afgelopen weken al fors neerwaarts bijgesteld. Het is goed om te zien dat er op voorhand behoorlijk negativiteit is ingeprijsd, dat maakt het positief verrassen makkelijker. Los van de absolute winstcijfers zal dus vooral de vergelijking met die aangepaste inschattingen belangrijk zijn. Valt die vergelijking alsnog positief uit, dan biedt dat toch steun voor aandelenkoersen.

In Europa kijken we vooral naar de cijfers uit cyclische sectoren. Die sectoren zijn gevoelig voor economische groei en beschouwen we als kwetsbaar. Deze voorzichtigheid geldt niet alleen voor Europa en opkomende markten, maar ook voor de VS. Zo loopt het effect van de belastingverlaging in 2018 geleidelijk uit de cijfers. Bovendien hebben internationaal opererende Amerikaanse bedrijven niet alleen last van de lagere wereldwijde groei, maar ook van de sterke dollar.

Analisten verwachten voor 2019 dat de gemiddelde onderneming in de VS en Europa 3% tot 5% hogere winsten zal publiceren. Gegeven het zwakke begin van het jaar betekent dat, dat de komende maanden een inhaalbeweging nodig is. En om die te realiseren is een betere economische omgeving nodig. Zodat ook hier geldt: it’s the economy, stupid.   

Brexit voorlopig weer uitgesteld

De Europese Unie (EU) geeft het Verenigd Koninkrijk (VK) zes maanden de tijd om tot een Brexit-deal te komen, overigens bij een eerdere deal kan het VK al eerder uitstappen. De reactie op de financiële markten op het al verwachte uitstel was beperkt. Komende donderdag krijgen we cijfers over de Britse detailhandelsverkopen. Eens kijken hoe stoïcijns de Britten zijn gebleven onder al het gekrakeel over de Brexit.

Het uitstel verlengt de periode van economische onzekerheid. Voor het VK betekent het, dat de economische groei voor de rest van het jaar meer zijwaarts beweegt en dat de centrale bank Bank of England de rentetarieven onveranderd laat. Eerder werd gerekend op een economisch groeiherstel in de tweede helft van het jaar.

 

Belangrijke macro-economische publicaties

Van 15 april tot

en met 19 april

Publicatiedag

Regio/land

Publicatie van

Periode

Consensus

Dinsdag

Duitsland

ZEW-index

Apr

1,0

 

VS

Industriële productie MoM

Maa

0,2%

Woensdag

China

BBP-groei YoY

1Q19

6,3%

 

 

Industriële productie YoY

Maa

5,9%

 

 

Detailhandelsverkopen YoY

Maa

8,4%

Donderdag

VS

Markit PMI Manufacturing (flash)

Apr

52,7

 

 

Markit PMI Services (flash)

Apr

55,0

 

 

Detailhandelsverkopen MoM

Apr

0,9%

 

Eurozone

Markit PMI Manufacturing (flash)

Apr

48,0

 

 

Markit PMI Services (flash)

Apr

53,1

 

Duitsland

Markit PMI Manufacturing (flash)

Apr

45,0

 

VK

Detailhandelsverkopen

Maa

4,5%

 

Luc Aben is hoofdeconoom bij Van Lanschot.