Luc Aben ziet hoopgevende signalen over Chinese economie

Inkoopmanagers in de industriesector en dienstensector hebben meer vertrouwen in de Chinese economie. Dat blijkt uit cijfers die afgelopen weekend bekend werden. Bij zowel het officiële Chinese statistische bureau NBS als bij de private  marktonderzoeker Caixin klommen de scores van de Chinese Manufacturing PMI’s (purchasing manager index) tot net boven de 50. Dat is opnieuw in de groeizone.
 
Ook het vertrouwen in de Chinese dienstensector ging omhoog, volgens NBS steeg de PMI in de dienstensector van 54,3 naar 54,8. Later deze week komt Caixin nog met zijn cijfer voor de Chinese dienstensector. Het is ondanks deze positieve cijfers nog te vroeg om te stellen dat de groeivertraging van de Chinese economie voorbij is.

Ruime monetaire stimulering

China tracht in elk geval de economische groeivertraging te bestrijden. Zo verlaagden beleidsmakers de reserveverplichtingen voor banken, zodat die meer ruimte hebben om kredieten te verlenen. Ook is de interbancaire rente (dat is de rente waartegen banken onderling geld aan elkaar uitlenen) twee procentpunt onder het niveau van een jaar geleden. Dat maakt geld lenen goedkoper voor banken en stimuleert eveneens de kredietvraag. Kortom: er is veel monetaire stimulering en die lijkt aan te slaan in de Chinese economie.

Krijgen we de komende tijd méér positieve signalen van de Chinese economie, dan is dat goed nieuws voor Europa. Als relatief open, exporterende economie is Europa gevoelig voor wat er in de rest van de wereld gebeurt.

Méér banen in VS, maar momentum op arbeidsmarkt vertraagt

Ook de Verenigde Staten zijn geen eiland te midden de wereldwijde economische oceaan. China, Europa en Japan kampen sinds medio 2018 met een economische groeivertraging. De belastingverlaging van president Trump schermde de VS daar vorig jaar grotendeels voor af, maar uiteindelijk sijpelen ook internationale tendensen door naar de Amerikaanse economie.

Het arbeidsmarktrapport gaf in februari een illustratie van een mindere gang van zaken in de Amerikaanse economie. In februari zagen slechts 20.000 nieuwe banen het levenslicht. Voor een stuk speelde het koude weer daarin een rol, bijvoorbeeld in de sectoren van vrije tijd & toerisme. Maar er was méér. Ook de banengroei in de industrie kwam zo goed als tot stilstand.

Toch maken we ons niet al te ongerust over de arbeidsmarkt. De wekelijkse eerste aanvragen voor een werkloosheidsuitkering blijven op een zeer laag niveau steken, zo rond de 220.000 gemiddeld. Een signaal van toenemende personeelsreducties is daarmee nog niet aan de orde.  Voor het nieuwe arbeidsmarktrapport komende vrijdag over maart, verwachten we opnieuw een beter cijfer, zo rond de 170.000 nieuwe banen.

Maar de tijd waarin er maandelijks soms meer dan 300.000 banen bijkwamen, lijkt toch wel achter ons te liggen. Net zoals de periode waarin de groeidrempel van 3% op jaarbasis wordt behaald. Maar ook met iets minder hoog, een groei van iets boven de 2% kunnen we goed uit de voeten op de Amerikaanse aandelenmarkt.

Hou voor het overige deze week vooral de Amerikaanse macro-agenda in de gaten. Natuurlijk is er aan het begin van de maand altijd het traditionele arbeidsmarktrapport. Maar daarnaast geven de ISM-indices (inkoopmanagersindices) voor zowel de industrie als de dienstensector een beeld van het vertrouwen bij Amerikaanse ondernemingen. Bij de nieuwe cijfers over de detailhandelsverkopen, is het uitkijken of die herstellen van de matige maanden december en januari. We merken op dat de verkoopverwachtingen voor februari niet hoog gespannen zijn. 

Kadering van de inverse Amerikaanse rentecurve

Wij zeggen niet dat de VS snel op een recessie afstevent. Iets waar de afgelopen week vaak over gesproken werd nadat de rentecurve invers keerde.

Een inverse rentecurve betekent dat de lange rente (rendement op een 10-jarige staatslening) lager is dan de korte rente (rendement op een 2-jarige staatslening of op 3-maands overheidspapier). In het verleden ging een inverse rentecurve zo goed als steeds vooraf aan een recessie. Is dat nu ook zo?

De stelling ‘dit keer is anders’, is altijd een gevaarlijke. Vaak betekent het immers dat de ogen worden gesloten voor de realiteit. Het mogelijke waarschuwingssignaal vanuit de rentemarkt is dan ook op te volgen. Maar toch zijn er een aantal nuancerende factoren.

Zo gaat een inverse rentecurve inderdaad vaak een recessie vooraf, maar slechts nadat die ‘inversheid’ enige tijd aanhoudt. Een kwartaal of zo. Toch nog maar even aankijken dus vooraleer verregaande conclusies te trekken.

Bovendien is de Federal Reserve (fed) nog steeds een belangrijke speler op de Amerikaanse obligatiemarkt. Sterker, vanaf september zal de Fed opnieuw netto-koper worden van staatsleningen. Vraag is dan ook in welke mate de zogenaamde signalen vanuit de obligatiemarkt op een ‘vrije’ manier tot stand komen. Obligatiekoersen, en dus renteniveaus, zijn nog steeds een stukje ‘kunstmatig’ door de grote activiteit van de centrale bank.

Hoe dan ook, dat de Amerikaanse groei in 2019 iets van een procent lager zal liggen dan vorig jaar, is een realistische verwachting. Maar laat ons de concrete economische data vanuit verschillende hoeken afwachten vooraleer we pessimistisch worden naar aanleiding van kortstondige bewegingen op rentemarkten.

 

 

Belangrijke macro-economische publicaties

Van 1 april tot

en met 5 april

Publicatiedag

Regio/land

Publicatie van

Periode

Consensus

Maandag

Eurozone

CPI-inflatie YoY

Maa

1,5%

 

 

CPI kern-inflatie YoY

Maa

0,9%

 

VS

Kleinhandelsverkopen MoM

Feb

0,3%

 

 

ISM Manufacturing

Maa

54,5

Dinsdag

Eurozone

Werkloosheid

Feb

7,8%

 

VS

Orders duurzame goederen MoM

Feb

-1,1%

Woensdag

Eurozone

Kleinhandelsverkopen YoY

Feb

2,0%

 

VS

ISM Non-manufacturing

Maa

58,7

 

China

Caixin PMI Services

Maa

52,3

Vrijdag

VS

Banencreatie

Maa

170K

 

 

Uurlonen YoY

Maa

3,4%

 

 

Werkloosheid

Maa

3,8%

 

Luc Aben is hoofdeconoom bij Van Lanschot.